Met de winter in zicht worden de dagen korter, wat wil zeggen dat we ons vaker in het donker moeten verplaatsen. Fietsers worden gezien als zwakke weggebruikers. Vergeleken met de wagen worden we op de fiets minder beschermd. Daarom geven we 4 tips weg om het verkeer veilig te trotseren (in donkerdere dagen).

1. Verlichting

Veilig in het donker fietsen begint natuurlijk met goede verlichting.

Een voor-en achterlicht op de fiets zijn volgens de wet verplicht. Ze dienen niet enkel om goed te zien, maar ook om gezien te worden op afstanden tot 20 meter. Controleer bij het opstappen telkens of je verlichting nog naar behoren werkt. Je kan ook steeds kleine reservelichtjes voorzien in je rugzak. Zo heb je altijd een back-up als je verlichting het plots laat afweten.

Vooraan de fiets is een wit of geel licht verplicht, al dan niet knipperend. Achteraan is een rood licht verplicht. Deze moeten zowel overdag als ‘s nachts zichtbaar zijn van 100 meter ver.

Ter aanvulling van de verlichting zijn ook reflectoren op de fiets verplicht. Op deze manier val je extra op voor andere weggebruikers in het donker. Er zijn vier soorten reflectoren: vooraan de witte reflectoren, achteraan rode reflectoren, oranje pedaalreflectoren en wielreflectoren. 

Deze laatste herken je aan de oranje kleur tussen de spaken, reflecterende buisjes op je spaken of een reflecterende strook op je buitenbanden. De meeste verlichtingen beschikken ook over geïntegreerde reflectoren.

2. Kledij en accessoires

In het algemeen is het aangeraden om met lichte en gekleurde kledij te fietsen. Zorg ervoor dat er op fietskledij, fietsschoenen en/of andere accessoires reflecterende strepen staan. Om je zichtbaarheid te verhogen, is het verstandig een fluohesje over je jas te trekken. Zo kan een wagen je tot afstanden van meer dan 100 meter spotten. Een alternatief hiervoor zijn reflecterende bandjes die je rond je armen en benen kan binden.

Doordat de benen constant in beweging zijn, vallen de reflecterende elementen goed op. Belangrijk om weten is dat fluorescerende kledij beter zichtbaar is overdag terwijl reflecterende elementen het meest helpen in het donker.

Wist je dat weinig volwassenen consequent een helm dragen?

Nochtans is een helm een must op de fiets. Het hoofd blijft beschermd bij een (onge)val. Sommige helmen hebben ingebouwde verlichting. Het interessante hieraan is dat deze verlichting hoger staat dan de verlichting op je fiets zelf.

Controleer of je bel het nog doet. Zo maak je andere weggebruikers duidelijk dat je eraan komt. Bovendien is dit onderdeel ook verplicht op de fiets en moet deze tot op 20 meter hoorbaar zijn.

3. De juiste gewoontes

Hanteer je alle veiligheidsuitrustingen hierboven beschreven?
Dan is het risico op een ongeval al kleiner.

Om volledig onbezorgd te fietsen hou je je best aan enkele goede gewoontes. Fiets altijd rechts en houd afstand van de stoep of geparkeerde wagens. In bochten rijd je best uiterst rechts zodat achterliggende auto’s je goed kunnen opmerken. Matig je snelheid in het donker, op die manier is er voldoende tijd om te remmen bij onvoorziene obstakels.

4. Fiets veiliger in groep

In groep word je beter gezien dan alleen. Vraag daarom aan collega’s of klasgenoten of ze dezelfde richting uit moeten. Let wel op dat het voorlicht van de eerste persoon en het achterlicht van de persoon achteraan altijd werkt. Fiets niet te dicht bij elkaar, dit maakt het mogelijk om ver vooruit te zien. Hou dus afstand en gebruik armgebaren om onverwachte hindernissen te communiceren.

Rijden in jouw peloton zowel elektrische als niet-elektrische fietsen? Dan is het aangeraden om de e-bikers achteraan te laten fietsen. Achteraan komen meer tempowisselingen voor en daar hebben elektrische fietsers minder last van. Daarnaast bepalen de niet-elektrische fietsers het tempo, wat frustratie kan vermijden.

Binnen de bebouwde kom mogen maximaal twee fietsers naast elkaar rijden. Wanneer er achterliggend verkeer is, word je verwacht om achter elkaar te rijden. Indien je op pad bent met kinderen, laat het kind dan rechts van je fietsen, tussen jezelf en het voetpad.

Nog wat extra informatie over waar je moet fietsen:

Als er een fietspad is, ben je als fietser verplicht om dat gebruiken. Je herkent een fietspad aan het blauwe verkeersbord, of aan twee evenwijdige onderbroken strepen op het wegdek. Een fietspad kan één of twee rijrichtingen hebben. Als het maar één rijrichting heeft, mag je het niet tegen de rijrichting gebruiken.

Als er geen fietspad is, rij je rechts (in jouw rijrichting) op de rijbaan, zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan. ‘Zo dicht mogelijk tegen de rechterrand’ betekent niet dat je jezelf in gevaar hoeft te brengen. Rij niet in de goot, want dan riskeer je te vallen over riooldeksels. Hou ook afstand van geparkeerde auto’s. Zo kan je openslaande portieren ontwijken.

Op sommige straten zijn fietssuggestiestroken aangebracht. Deze gekleurde stroken maken autobestuurders attent op de aanwezigheid van fietsers. Maar het zijn geen fietspaden: ook auto’s mogen er over rijden.

Steeds meer steden en gemeenten zorgen voor fietsstraten. Je herkent deze aan het verkeersbord. In een fietsstraat moet je als fietser niet zo dicht mogelijk tegen de rechterrand rijden. Is het een tweerichtingsstraat, dan mag je de helft van de breedte gebruiken. In een eenrichtingsstraat mag je zelfs de volledige breedte gebruiken. Auto’s mogen in een fietsstraat fietsers niet inhalen. De snelheid is er sowieso beperkt tot 30 km/u. Een netwerk van aaneengesloten fietsstraten is een fietszone.

Bron: Het Nieuwsblad en fiets.be

Nog meer weten?

De Grote Verkeersquiz wordt mede mogelijk gemaakt door:

Resterende tijd: 40